Bubbels

| 11 september 2016

 Blog van Jack Over (onderwater belichtingsman DDNZS).

Cor Kuyvenhoven-9735

Foto: Cor Kuyvenhoven

Het is al donker als we vertrekken vanuit Scheveningen met de Cdt Fourcault. Terwijl we de zee op varen horen we een concert spelen; Golden Earring laat ik mij vertellen. Het klinkt gezellig, maar wij hebben andere plannen!

Terwijl de mensen die voor de eerste keer aan boord zijn nog een rondleiding over het schip krijgen, maakt Fred het anker klaar. Aan dit anker wordt de shotline vast gemaakt; dit is de lijn waar wij als duikers langs afdalen en weer omhoog komen. Het expeditieplan geeft aan dat we duiken op de Rode Poon, maar omdat de Aquila met het GhostFishing team ook al op dit wrak gaat duiken wijken we uit naar het wrak ‘de Vaderdag’. Deze naam heeft het wrak gekregen omdat deze op een vaderdag gevonden is, de echte naam is er nooit achterhaald. Een wrak is het echter niet meer te noemen; het is slechts een aantal hoopjes ijzer. Het enige wat nog wel goed zichtbaar is is de grote krukas. Een indrukwekkend gezicht! Na de duik worden de nodige krabben en andere beestjes los gesneden uit de netten die naar boven zijn gebracht en terug in zee gezet.

De tweede duik is op de Eben Haëzer, een wrakje dat er nog goed bij ligt. Op de bodem aangekomen word ik verrast door een stroompje bellen langs mijn masker en een bubbelend geluid. Het lijkt wel een bubbelbad want koud is de watertemperatuur ook niet. Ik begin te zoeken en merk op dat mijn inflator lekt. Dit is de slang die er voor zorgt dat ik gas in mijn wing kan blazen en voor drijfvermogen zorgt. Nadat ik deze heb los getrokken geef ik een signaal naar mijn buddy Peter. Kapot, gebaar ik. Ik trek mijn droogpakslang los en probeer deze aan te sluiten op mijn inflator. Helaas deze lekt ook.  Het probleem zit dus aan de andere kant van de aansluiting.  Geen probleem denk ik. Dan maar zonder inflator verder duiken.

Het zicht is goed en ik gebruik mijn droogpak wel als drijvermogen. Ik gebaar nogmaals naar mijn buddy dat het echt kapot is, maar dat ik het OK vind om zo verder te duiken. Het wrakje ligt op 28 meter diepte en staat rechtop op de bodem. De opbouw staat er nog en ook en de visnetten van het wrak zelf zitten er nog netjes op.  Deze laten we liggen, op de manier hoe deze erbij liggen doen ze geen kwaad aan het onderwaterleven. Wel is het een indrukwekkend gezicht. Met een oorspronkelijke lengte van 27,4m is het niet een groot wrak en behoorlijk druk met alle duikers onderwater.

Wel ligt er veel lood op het wrak, heel veel lood! We hebben niet alles meegenomen maar in één duik hebben we toch wel 225kg vistuig, waarvan het meeste bestaat uit lood, van dit wrakje af kunnen halen. Het koste wat spierkracht en een hijskraan om dit aan boord te krijgen maar het is uiteindelijk gelukt.  Misschien kunnen we op de terugweg nog een duik op dit wrak maken. Dit vervuilende lood moet toch eigenlijk wel de zee uit!

Comments are closed.