De tochtplanning

| 23 juni 2017

Blog van Harold Batteram

Routeplanning

Expeditie Noord loopt voorspoedig. Het weer is uitstekend en dat betekent dat we ons goed aan het gemaakte tochtplan kunnen houden.

Erik, Ben en ik zijn er al maanden van tevoren druk mee geweest. Voor elke expeditie maken we een tochtplan met de expeditie doelstellingen, de posities van wrakken, de diepte, vaarafstanden en de tijdstippen van stroomkentering. Op de Noordzee kun je immers alleen veilig met kentering duiken, dus als de stroom minimaal is. Dat tijdstip is elke dag en op elke locatie anders. Ook de stroomsterkte kan erg verschillen per locatie. Kortom, het is een hele puzzel om alles kloppend te krijgen.

Erik heeft via diverse connecties posities gekregen van wrakken waar hoogstwaarschijnlijk nog nooit op gedoken is. Ook helpen we mee naar het zoeken naar de O-13, de laatste Nederlandse onderzeeër uit de tweede wereldoorlog die ergens in de Noordzee is vergaan, maar nog nooit gevonden is. We hebben een lijst van mogelijke locaties die het onderzoeken waard zijn. Het vinden van de O-13 zou echt spectaculair zijn!

Hoe zorgvuldig het tochtplan ook gemaakt wordt, er zijn twee factoren die niet te voorspellen zijn: het weer en het humeur van kapitein Pim. Gelukkig vallen beide erg gunstig uit deze reis. Soms moet er tot laat in de nacht doorgevaren worden, of willen we vroeg in de ochtend of juist laat in de avond nog een duik maken. Voor de kapitein en zijn bemanning is dat hard werken, maar aan al onze wensen wordt voldaan en er valt geen onvertogen woord.

Ons doelgebied is de noordelijke kant van de Doggersbank. Daar liggen wrakken die we nog niet eerder bezocht hebben. Ook tijdens de reis naar het doelgebied maken we zoveel mogelijk duiken om de tijd en het goede weer optimaal te benutten. Een aantal duiken is naar oude bekenden. De Russische onderzeeër, Interocean II en Ocean Prince zijn diverse keren door ons bezocht maar blijven mooie, grote wrakken waar biologen, fotografen, filmers en nettensnijders hun hart op kunnen halen. We treffen het ook erg met het zicht. 15 tot 20 meter is geen uitzondering. Naarmate we verder naar het noorden gaan verandert de bekende groenige tint van het Noordzeewater in azuurblauw, waardoor het lijkt alsof we in de Middellandse zee duiken.

Vlak bij de Doggersbank duiken we op een wrak waarvan bekend is dat het mogelijk de St Luke is. Als we een foto van de St Luke vergelijken met wat we onderwater zien is wel duidelijk dat dit ’m inderdaad moet zijn. Het wrak is goed als schip herkenbaar. De schoorsteen en bovenbouw is voor een groot deel compleet. De vorm en afmetingen komen precies overeen met wat we van de St Luke weten. In ieder geval is hiermee dat vermoeden wel bevestigd.

Op de Doggersbank worden we tijdens het onderzoeken van mogelijke locaties van de verdwenen O-13 op de marifoon opgeroepen door de Snellius, een van de hydrografische onderzoekschepen van de Kon. Marine. Ze weten dat de Cdt Fourcault mee helpt met de speurtocht naar de O-13 en vertellen ons dat ze dit gebied nog kortgeleden met hun Multi Beam sonar zonder resultaat onderzocht hebben.

De sonarapparatuur van de Snellius is veel geavanceerder dan die van ons dus we besluiten dat het geen zin heeft verder te zoeken en varen door naar de volgende duikbestemming.

We duiken op verschillende wrakken op de Doggersbank. Opvallend is dat alle wrakken zwaar verzand zijn. De contouren van de schepen zijn wel goed herkenbaar maar de rest is grotendeels in het zand verdwenen. De Doggersbank is natuurlijk een grote zandbank en het zand is door stroming en golven altijd in beweging. Wat ook opvalt is dat het onderwaterleven er heel anders uitziet dan de Noordzee dichter bij huis. Veel dodemansduimen en scholen kabeljauw. Ook zien we bijna elke duik wel een zeeduivel of een zeewolf. De biologen verzamelen allerlei andere dieren en vertellen ’s avonds enthousiast over nieuwe unieke vondsten die gedaan zijn. De Nederlandse soortenlijst wordt opnieuw langer dankzij deze reis.

Ook treffen we grote hoeveelheden netten aan op de wrakken. Het schoonmaken van wrakken is natuurlijk een van de hoofddoelstellingen van Stichting Duik de Noordzee Schoon, en binnen een paar dagen zijn alle records van voorgaande expedities verbroken. Grote Big Bags worden tot de rand gevuld en op het helikopterdek verzameld. Na een dag in de zon is de stank niet te harden.

We besluiten om nog wat langer in deze regio te blijven, om nog een aantal extra duiken in het Doggersbank gebied te kunnen maken. Voor de tochtplanning betekent dat alles opnieuw berekend moet worden. De periode van doodtij is inmiddels voorbij en de stroming wordt elke dag weer sterker. Het duikvenster, de tijd waarbinnen de stroom onder de halve knoop blijft wordt dan ook kleiner en het valt niet mee om 30 duikers binnen die tijd veilig in en uit het water te krijgen. Extra lastig is dat expeditieleider Ben in zijn enthousiasme elk uur van mening verandert over welke wrakken we het beste kunnen bezoeken in de resterende tijd. Bovendien wil Erik nog heel graag over dat ene puntje op de kaart varen om een sonar scan te maken. We hebben nog 200 mijl te varen en willen zondag ook op tijd weer in Scheveningen zijn, dus de keuzes zijn lastig.

Morgenochtend maken we de laatste duik op de rand van de Doggersbank en varen dan terug naar het zuiden. De wind is toegenomen, de planning voor de terugreis zal nog wel een paar keer worden aangepast, maar voorlopig hebben we 14 geweldig duiken achter de rug!

Comments are closed.