Great Borkumer Reef

| 13 juni 2015

Een blog van Emilie Reuchlin-Hugenholtz.

Plons! Ik duik van het schip af en zoek naar de lijn waarlangs ik zal afdalen naar de Borkumse Stenen. Eindelijk mag ik! Duiken op Nederlands eigen rif. Terwijl ik afdaal in de donkergroene waterkolom droom ik van de weelde die ik tegemoet ga. Ik denk aan de Great Barrier Reef en hoe mooi het zou zijn om zoveel soorten te zien in dat mooie azuurblauwe water. Maar een kwal in mijn gezicht onderbreekt abrupt mijn gedachten.
Naast de Klaverbank heeft Nederland nog één ander bekend gebied met hard substraat; de Borkumse stenen ten noorden van Schiermonnikoog. Er liggen keien van wel 4 meter doorsnede. En recent onderzoek door bioloog Oscar Bos, die ook aan boord is, toont aan dat dit een uniek gebied is in onze Noordzee. Zo komen er zogenaamde lanice velden voor. Lanice conchilega is een ingenieus kokerwormpje die van schelpjes een koker bouwt. Al die kokers bij elkaar vormen grotere drie-dimensionale structuren, variërend van een hoogpolig tapijt tot grotere bulten, waar zich weer andere soorten op hechten. Ook ligt er grind, stenen en grote keien, die rif-structuren vormen en als natuurlijk houvast dienen voor allerlei soorten dieren en planten. We zien dodemansduimkoraal en sponzen, veel kleurige anemonen, zee-anjelieren, jonge krab, jonge platvis, botervis, dwergpijlstaartinktvis eieren, harnasmannetjes, grondels en ga zo maar door. Wat een leven! En het zand met daaronder klei lijkt minder drukbezet, maar hier blijkt dat ze zich meer hebben ingegraven, zoals kreeftjes, wormpjes en schelpjes. Oscar en zijn collega’s hebben 7% van het gebied goed bekeken. En al 1 groot veld van ongeveer 10 km2 gevonden met stenen en prachtig zacht koraal, sponzen, schelpen, kreeften, krabben en vissen ontdekt. Hoogstwaarschijnlijk is er nog veel meer moois te ontdekken.
Door de verschillende soorten habitats in één gebied, door de unieke soorten waar zij onderdak aan bieden en door de aanwezigheid van rifstructuren, vormen de Borkumse Stenen een belangrijke schakel in het netwerk van beschermde gebieden. Maar het is nog niet beschermd. Het verhaal gaat dat de visserij al heel wat van deze stenen heeft opgevist en dat deze nu als sierstenen in de achtertuintjes van Nederland pronken. Sleepnetvisserij komt hier nog steeds voor, maar weinig en het gebied is relatief van beperkt economisch belang voor de visserij. Toch kan iedere sleep enorme schade brengen aan het bodemleven en de structuren die er aanwezig zijn. Daarom hebben onze Duitse buren hun Borkumer Riffgrund al aangewezen voor bescherming. Natuur houdt niet op bij de grens: waarom doen wij in Nederland niet hetzelfde? Bioloog Wouter Lengkeek komt met platte oesters naar boven, dus mogelijk zaten hier ook nog oesterbanken. WNF werkt aan het herstel van schelpenbanken in de Noordzee en het zou kunnen zijn dat de Borkumse Stenen daar mogelijkheden voor biedt en een houvast voor de platte oester kan vormen.
Zoveel om over te praten na de duik, maar het voelt alsof ik net van de tandarts kom want mijn lippen zijn enorm opgezwollen van de kwal in mijn gezicht. Dit lijkt mij een goed alternatief voor een verdoving bij de tandarts. “Zo mevrouw, dompel uw gezicht maar even in dit zoutwateraquarium, dan zullen we daarna uw wortelkanaalbehandeling uitvoeren.” Krijg je toch een stukje onderwaternatuur te zien in ruil voor een dikke tandartsrekening. Hmm… misschien toch niet de meest winstgevende onderneming. Gelukkig ben ik geen ondernemer. En gelukkig zijn er tijdens de duik mooie videobeelden gemaakt. Een wat minder pijnlijke manier om de Noordzeenatuur en ons eigen Great Borkumer Reef te tonen aan allen die nog nooit de luxe hebben gehad om zelf in de Noordzee te zijn ondergedompeld.

Comments are closed.