Met de Aquila naar de Hogue

| 24 augustus 2011 | 0 Comments

Door: Jacob Leloux.

De HMS Hogue, ooit door een Duitse onderzeeer samen met twee medekruisers gekelderd, ligt nu rustig weg te roesten op de bodem van de Noordzee. De wanden zijn grote schuine vlakten volledig begroeid door zee-anjelieren in een verscheidenheid aan kleuren. Twee duiken maakten we, één met laag en één met hoogwater, en gaf ons twee verschillende kijkjes op hetzelfde stukje zee.

De eerste duik was vroeg en het schip was al uit de haven vertrokken toen wij onderdeks lagen te ronken. Om zes uur ging mijn wekker af. Ik begon meteen met een geel pilletje te nemen, want ik had geen zin om gelijk de vorige tocht hard richting de reling te moeten rennen voor de minder smakelijke redenen. Toen gebruikte ik de roze pilletjes. Nu was ik de rest van de week ook al niet super in orde, dus dat kan mee gespeeld hebben waarom ik gedurende de ochtend me meer dan brak voelde. Ben gaf een briefing. Marjon en ik gingen als vijfde buddypaar te water. Plons, en in het water besefte ik dat ik mijn handschoenen nog niet aan had gedaan en mijn schaar niet om mijn buikband had gezet. Ze zaten in mijn linkerpocket, waarvan ik wist dat de flap niet gegarandeerd dicht blijft. Met een hand pakte ik de afdaallijn, Marjon voorruit gaand, en met mijn andere hand pak ik de handschoenen en de schaar. Al afdalende in een redelijke stroming doe ik mijn rechter handschoen aan en bij de bodem geef ik even de schaar af aan Marjon om mijn linker handschoen ook aan te doen. De schaar schuif ik klem tussen mijn band en we volgen de uitgelegde reel naar links. Het zicht was een meter of twee tot maximaal drie en het touwtje van mijn reel was afgerold. Na enkele minuten had ik die weer opgerold en extra vast gezet. We zetten de duik voort langs de hoofdreel, eventjes onder een deel van de wand gaand en toen waren we weer terug bij de anker lijn. Op dat moment had ik al honderd bar verbruikt en was ik nog niet in staat geweest om mijn adem rustig te krijgen, terwijl ik mijn hart voel kloppen. Ik gebaarde naar Marjon: “Kom op, we gaan terug”. En dan vlak voordat we aan de oppervlakte kwamen, schoot er een groepje gepen voorbij. Zo’n halve meter onder het oppervlak, lange ranke vissen met spitse snuiten. Dat was gaaf. Ik gebaren naar Marjon, maar ze waren alweer weg. Terug aan boord kostte het mij een tijd voordat ik weer bij adem was. Spullen af, trap op en mijn derde gele pilletje met veel water.

Uitgeput kijk ik een tijdje voor mij uit en langzaam realiseer ik mij dat de zon schijnt en de zee kalm is. Ik kom bij, mijn anderhalve liter fles met water raakt leeg. Het MOO-formulier vullen we in met wat we gezien hebben, maar dat was niet veel en de geep staat er niet eens op, een bijschrijfsoort dus. Ben vindt dat ik meer aan sport moet gaan doen. Ik moet gaan spinnen in de sportschool. Paula heeft manden vol met sandwiches gemaakt en na een glas karnemelk beginnen we langzamerhand ons klaar te maken voor de tweede duik. Dit keer gaan Marjon en ik als tweede paar erin. Er is minder stroming dan in de ochtend. Op vijftien meter diepte merk ik wat lichte “skwiez in maai soet” en ik kom erachter dat ik vergeten  ben mijn pakinflator aan te sluiten. Nadat Marjon deze voor mij gevonden en vastgemaakt heeft, gaan we verder. Ben beloofde beter zicht, en hield zijn belofte. Er was nu zeker vijf meter zicht en bijna geen stroming. Rustig kijken Marjon en ik op de anjelieren vlaktes op de wanden. Een klein groen zeedonderpadje, een porcelijnkrabbbetje, groepjes met spookkreeftjes, bezig met hun eeuwige bokswedstrijdjes, verschillende vlokreeftjes en een klein brokkelsterretje. Op een richeltje heeft zich wat zand verzameld en is meteen een plek voor schelpkokerwormen. Ergens is er een hoekje van plaatstaal gebogen en dient als schuilplaats voor een flinke fluwelen zwemkrab. Als mijn computer aangeeft dat mijn no-deco tijd op is gaan we langzaam naar boven en houden nog een kleine stop op negen en een iets langere op vijf meter. Wij komen kwiek boven en waren nu in staat onze helpende hand toe te steken waar nodig. Mijn luchtverbruik (33l/min bij eerste duik ten opzichte van 23 l/min bij tweede duik) was omgekeerd evenredig met mijn vermogen om waarnemingen te doen voor MOO (vijf soorten bij eerste duik en veertien bij tweede duik). Ik kijk uit naar mijn volgende Noordzeedag, waar ik maar weer eens een ander kleur pilletje tegen zeeziekte ga proberen. Het was weer een boeiend en leuk dagje en in tegenstelling tot op het land hadden wij mooi weer.

Geef een reactie