Van duiklijder naar duikleider

Een blog van Han Lindeboom

Ik ben aan boord op uitnodiging van Duik De Noordzee Schoon en Stichting de Noordzee die mij deze trip cadeau gaven bij mijn pensioensymposium. Een fantastisch en zeer leerzaam cadeau, ik geniet met volle teugen.

Als niet-duikers werden Hein en ik al snel gebombardeerd tot duikleiders en bij elke duik staan wij klaar om de duikgroepen zo snel en goed mogelijk in het water te krijgen. Na 7 dagen hebben we aardig door hoe dat moet, want een kruiwagen kikkers gecontroleerd het water in krijgen is makkelijker dan een groep van zo’n dertig uiterst gemotiveerde en fanatieke fotograven, biologen en nettensnijders. In het begin sprong iedereen nog wat door elkaar het water in, maar nu gaat het in groepen van 8 in ganzenpas uiterst gesmeerd. Hebben we wel moeten leren. Dicht bij de boei zodat het niet te ver zwemmen is, maar ook weer niet te dicht bij zodat de fotograven hun camera’s nog in ontvangst kunnen nemen. En dusdanig in de stroming dat men makkelijk bij de boei komt. En fotograven altijd eerst zodat de rest het water nog niet vertroebeld heeft. Men staat nu aan de reling en als ik “Spring!” roep gaat men er rap in. Doet mij denken aan mijn tochten naar Marion, een eiland tussen Zuid-Afrika en Antarctica. We moesten daar van een net langs het schip op een rubberen vlot springen. De kapitein, een geëmigreerde Duitser die commandant op een U-boot was geweest, riep dan “If I say joemp, you joemp” Dat vlot deinde zeker 3 meter op en neer en als je niet op het juiste moment joemp deed was het vlot al weer weg en viel je ver naar beneden, resulterend in grote schrik en een onvervalste Duitse scheldpartij. Als Floor nu klaar staat roep ik ook joemp en ze luistert uitstekend.

Na afloop zorgen Hein en ik samen met de bemanning dat iedereen weer veilig aan boord komt te staan. Met soms uitgevallen ophaalboten, toenemende stroming, of kleine misverstanden is ook dat best spannend. Met deze ervaren duikers eigenlijk geen enkel probleem, maar Hein en ik zijn altijd weer opgelucht als het gelukt is.
Ondertussen komen na elke duik ook vele losgesneden netten, touwen en vislood aan boord en als een jonge kreeft uit de vislijnen wordt gered besef ik weer wat een geweldig werk deze duikhelden doen voor een schonere Noordzee.

Ik was van plan ook nog te gaan duiken en heb een uitrusting mee. Maar als ik die zware flessen, al dat lood, en dat gespring in het water zie vrees ik toch voor mijn hernia en versleten knieën en zou ik snel tot duiklijder kunnen verworden. Dan liever duikleider. Gisteren Bij de Farne Islands nog heerlijk gesnorkeld en zelfs een zeehond onder water gezien. Mijn trip kan niet meer stuk.
Een ware eyeopener had ik op de Doggersbank waar een groot Engels windmolenpark is gepland. Men wilde daar op een wrak duiken, maar het ziet er naar uit dat dat wrak al geruimd is om er straks molens en kabels te kunnen plaatsen. Dankzij de DDNS expedities weten we hoe mooi die wrakken kunnen zijn en ik vraag mij af of de cultuur- en natuurwaarden van de wrakken voldoende worden meegewogen in de ruimtelijke planning van windparken. Ook voor Nederland een punt van aandacht als we straks 25% van onze Noordzee vol gaan zetten met meer dan 10.000 molens!


Tot slot. Ik ben al 28 jaar betrokken bij bescherming van minstens een kwart van de Noordzee, maar het is vreselijk moeilijk om publiek en politiek daarvoor warm te krijgen. De prachtige beelden die de filmers en fotograven van de wrakken maken kunnen ons daarbij helpen. Maar misschien is het ook tijd voor een andere aanpak: een film met meer dan 95% zand en maximaal 5% wrakken, hopelijk wordt iedereen dan echt wakker.

Prof. Dr. Han J. Lindeboom

2018-07-10T11:51:56+00:00juni 21st, 2018|