Duikers van Stichting Duik de Noordzee Schoon hebben tijdens hun 31e expeditie elf wrakken ten westen van de Hollandse kust ontdaan van visnetten, vislijnen en vislood. Tegelijkertijd brachten zij meer dan 32 diersoorten in kaart en ontdekten zij ruim 25 platte oesters. Ondanks windkracht zeven en golven tot drie meter bood de Noordzee volop verrassingen. De expeditie laat volgens de stichting zien hoe belangrijk het is om de onderwaternatuur van de Noordzee te blijven ontdekken én beschermen. Tijdens de week kwamen alle drie de speerpunten van Stichting Duik de Noordzee Schoon samen: ontdekken, opruimen en beschermen.

Nieuwe gasten monitoren

Flamenco platworm – © Klaudie Bartelink

Tijdens de expeditie werd tot twintig graden Celsius gemeten in de Noordzee. Van congeralen en grote spinkrabben keken de duikers al nauwelijks meer op. Beide soorten voelen zich thuis in het warmer wordende water en staan inmiddels op het nieuwe standaardformulier voor waarnemingen van 32 diersoorten in de Noordzee van Stichting ANEMOON.
Dankzij de vrijwillige duikers zijn er 56 van deze MOO-formulieren vol waarnemingen ingevuld. Daarnaast zijn er ook extra soorten opgeschreven. Eén daarvan is de flamenco platworm, die pas sinds 2023 in Nederland leeft, maar toch hier en daar veelvuldig op de wrakken zat. De identiteit van één wormensoort wordt nog nader onderzocht. Ook de ringnekslijmvis, die sinds vorig jaar in Nederlandse wateren bekend is, werd op drie verschillende wrakken gevonden.

Rifbouwende diersoorten lieten zich zien

Op meer dan de helft van de wrakken waren mosselen zeer massaal aanwezig, wat daar overigens wel het vinden van netten heeft bemoeilijkt. Ook werden op diverse wrakken gestekelde zandkokerwormen gezien, vaak vormden zij korsten, maar op één wrak waren ze rifvormend aanwezig. Beide soorten zijn belangrijk voor het natuurlijke potentieel van de Noordzee om riffen te creëren, die een thuis bieden aan talloze andere diersoorten. Verder werden meer dan 25 platte oesters tijdens de duiken waargenomen en dat is hoopvol nieuws. Tot in de negentiende eeuw vormden oesterbanken grote riffen in de Noordzee. Door overbevissing, ziekte en bodemberoering verdween hij vrijwel volledig en er wordt nu door diverse organisaties hard gewerkt aan herstel.

Elf wrakken, één onderzeeboot

© Marloes Otten

Het opruimwerk leverde deze expeditie bigbags vol netten en vislijnen op van tien gezonken schepen en één onderzeeboot: de Duitse U31. Al deze wrakken lagen ten westen van Noord- en Zuid-Holland. Deze achtergebleven materialen blijven decennialang doorvissen: o.a. vissen, krabben en zeehonden raken erin verstrikt en sterven. Vervolgens trekken zij nieuwe aaseters aan, die ook weer vast komen te zitten en zo gaat die cirkel tientallen jaren maar door tót iemand het opruimt.

Zeven Beaufort en een plan B

Door uitdagende weersomstandigheden met windkracht zeven moest halverwege de week worden afgeweken van de planning. Het schip zocht de luwte op en er werd uitgeweken naar enkele zuidelijker gelegen scheepswrakken. Zo verscheen de driemaster De Klipper op de planning (gebouwd in 1892 en gezonken in 1919) die met zijn enorme ankers en herkenbare romp een waardevolle kraamkamer voor onderwaterleven is. Hierna werd het tijd om een veilige haven op te zoeken, want duiken zat er met 3 meter golven even een dagje niet in. Gelukkig konden we daarna weer verder!

Beelden voor het publiek

Dit was de derde expeditie in het jubileumjaar waarin de stichting 15 jaar bestaat. Naast netten en biologische waarnemingen leverde de week ook veel beeldmateriaal op: foto’s en video’s van wrakken, vissen en schelpdieren die de basis vormen voor nieuwe lezingen over de onderwaterwereld van de Noordzee. Want beschermen begint met laten zien. Wie nooit een Noordzeewrak van dichtbij heeft gezien — begroeid met anemonen, bewoond door steenbolken, zeedonderpadden en gehoornde slijmvissen — kan zich moeilijk voorstellen wat er precies op het spel staat.  

Een derde van de expeditiekosten wordt betaald door de vrijwilligers zelf. De volgende organisaties hebben deze expeditie mede mogelijk gemaakt: Ars Donandi/Russel ter Brugge, Stichting De Hoorn, Vattenfall, Waardenburg Ecology en Nippon Sanso.